ECLI:NL:PHR:2006:AY6999
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over terugbetalingsverplichting bij wijziging kinderalimentatie na hoger beroep
In deze zaak gaat het om een geschil tussen voormalige echtelieden over de wijziging van kinderalimentatie. De moeder verzocht bij de rechtbank om verhoging van de alimentatie, waarop de rechtbank een hoger bedrag vaststelde. Het hof vernietigde deze beschikking echter en wees het verzoek af, waarbij het hof oordeelde dat de vader niet in staat was een hogere bijdrage te betalen en dat de moeder een deel van de kosten zelf moest dragen.
De moeder stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof dat zij de teveel ontvangen alimentatie moest terugbetalen, zonder dat het hof dit nader motiveerde. De Hoge Raad benadrukt dat bij een terugbetalingsverplichting die voortvloeit uit een lagere vaststelling in hoger beroep, de hoofdregel geldt dat hetgeen onverschuldigd is betaald, in principe moet worden terugbetaald.
Echter, indien de onderhoudsgerechtigde niet in staat is tot terugbetaling, moet de rechter dit motiveren. In deze zaak heeft de moeder niet aangevoerd dat zij niet tot terugbetaling in staat is, en het hof heeft dit ook niet expliciet hoeven te motiveren. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep dan ook en bevestigt dat de motiveringsplicht afhangt van de omstandigheden van het geval.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de moeder moet de teveel betaalde alimentatie terugbetalen zonder dat het hof dit nader hoefde te motiveren.