ECLI:NL:PHR:2006:AX3752
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor belastingfraude met discussie over pleitbaar standpunt en redelijke termijn
Verdachte werd door het Hof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot twintig maanden gevangenisstraf en een geldboete van €250.000 wegens het medeplegen van belastingfraude in de periode 1996-2001. De fraude betrof het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, loonbelasting en vennootschapsbelasting door het verzwijgen van een groot deel van de omzet van zijn bordeelbedrijf.
De verdediging voerde aan dat een deel van het fiscale nadeel voortvloeit uit een pleitbaar standpunt over de verschuldigdheid van omzetbelasting over het zogenaamde 'damesdeel' van de omzet, en dat dit deel buiten de strafoplegging had moeten blijven. Het Hof verwierp dit betoog en hield vast aan het volledige fiscale nadeel zoals vastgesteld in een vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst.
De Hoge Raad bevestigde dat het Hof niet verplicht was het pleitbare standpunt te honoreren bij de strafoplegging, omdat het leerstuk van het pleitbare standpunt in het fiscale strafrecht nog niet tot een mildere strafoplegging leidt. Ook oordeelde de Hoge Raad dat de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg door een voortvarende behandeling in hoger beroep was gecompenseerd. Daarnaast behandelde de Hoge Raad diverse procedurele klachten, waaronder een verzuim van het Hof om te beslissen over de terugbetaling van een waarborgsom, en concludeerde dat dit verzuim de bestreden uitspraak niet raakt en geen cassatiegrond vormt.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twintig maanden gevangenisstraf en een geldboete van €250.000 wegens belastingfraude.