ECLI:NL:HR:2003:AF3003
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting damesgeld nachtclub
Belanghebbende exploiteerde een nachtclub met onder meer werkkamers waar bezoekers zich afzonderden met prostituees. Bezoekers betaalden vooraf een vastgesteld bedrag aan de receptie, waarvan circa 40% bestemd was voor de prostituee (damesgeld). De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op van ƒ 24.157 over het damesgeld, stellende dat dit deel uitmaakte van een all-in vergoeding voor de door belanghebbende verrichte prestatie.
Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de naheffingsaanslag en oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het damesgeld betrekking had op een door belanghebbende verrichte prestatie. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris in de kosten van het cassatiegeding en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en op 17 januari 2003 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd.