ECLI:NL:PHR:2006:AT4493
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van termijnoverschrijding en formele rechtskracht bij omzetbelastingteruggave en ambtshalve vermindering
Belanghebbende verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over december 1999 en januari 2000, waarbij de levering van een voorraad auto's aan A Ltd. centraal stond. De inspecteur verleende aanvankelijk teruggaaf, maar stelde later dat artikel 31 van Pro de Wet OB van toepassing was, waardoor de teruggaaf nihil werd door een correctie van voorbelasting wegens valse facturen.
Belanghebbende diende een bezwaarschrift in, maar dit was niet tijdig. Het Hof oordeelde dat het vertrouwen dat belanghebbende ontleende aan toezeggingen van de inspecteur niet leidt tot verschoonbare termijnoverschrijding. Tevens werd bevestigd dat de brief van de inspecteur waarin correctie werd meegedeeld niet als naheffingsaanslag kon worden aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigt dat tegen ambtshalve verleende verminderingen geen administratieve rechtsgang openstaat en dat de burgerlijke rechter in beginsel de leer van formele rechtskracht toepast. Uitzonderingen hierop zijn beperkt en vereisen onder meer erkenning van onrechtmatigheid of onmiskenbare onjuistheid van de aanslag. De weigering van de inspecteur om een naheffingsaanslag op te leggen is geen voor bezwaar vatbare beschikking, zodat de burgerlijke rechter als restrechter kan optreden, maar toetsing vindt plaats binnen het kader van het beleid van de inspecteur.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de handelwijze van de inspecteur en het oordeel van het Hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; het bezwaarschrift is niet tijdig ingediend en de handelwijze van de inspecteur is rechtmatig.