ECLI:NL:PHR:2005:AS8833
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid conservatoir derdenbeslag en behandelt beklagprocedure
In deze zaak stond een beklag van een derde tegen conservatoir derdenbeslag ex art. 94a Sv centraal. Het beslag was gelegd op vorderingen die een verdachte op de derde had, in het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek met het oog op een toekomstige ontnemingsmaatregel. De rechtbank had het beklag ongegrond verklaard en de Hoge Raad bevestigt deze beslissing.
De Hoge Raad benadrukt dat op een conservatoir derdenbeslag de civielrechtelijke regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing zijn, waaronder de verplichting voor de derde om een verklaring af te leggen over de schuld en de omvang daarvan. Eventuele geschillen over deze verklaring dienen via een verklaringsprocedure te worden beslecht, niet via het beklag tegen het beslag.
De derde voerde aan dat het beslag onevenredig was en dat de schuld deels was afgelost, maar deze stellingen waren onvoldoende onderbouwd om het beslag op te heffen. Ook werd het verzuim van oproeping van de beslaglegger niet als schending van belangen aangemerkt, omdat deze op de hoogte was en het standpunt van de derde volgde.
De Hoge Raad concludeert dat het beslag rechtmatig is gelegd en dat het beklag ongegrond is, waarbij de civielrechtelijke procedures voor geschilbeslechting over schuld en omvang van de vordering moeten worden gevolgd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het conservatoir derdenbeslag blijft gehandhaafd.