ECLI:NL:HR:2001:AD4585
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking inzake beslag op geldbedrag en verwijst zaak terug voor herbehandeling
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Middelburg die het beklag van klager tegen de inbeslagname van een geldbedrag van 1.660.000 Belgische Franken ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat het belang van de strafvordering zich verzette tegen teruggave, omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter het bedrag later zou verbeurd verklaren.
De Hoge Raad stelt dat de rechtbank de juiste maatstaf niet heeft toegepast. Het ging om een beslag op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering, waarbij de vraag niet is of het hoogst onwaarschijnlijk is dat het bedrag verbeurd zal worden verklaard, maar of het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter een geldboete of ontnemingsmaatregel tot minstens dat bedrag zal opleggen.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor herbehandeling van het klaagschrift. De advocaat-generaal had reeds geconcludeerd dat het beroep verworpen moest worden, maar de Hoge Raad volgt dit niet en geeft een eigen oordeel over de juiste maatstaf.
De beschikking is gegeven door de vice-president Davids als voorzitter en de raadsheren Corstens en van Dorst, en uitgesproken in raadkamer op 20 november 2001.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor herbehandeling van het klaagschrift.