Uitspraak
[vestigingsplaats](België).
31 maart 1998.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Op 25 oktober 1994 werd op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering beslag gelegd op een kampeerwagen van een verdachte, ter bewaring van het recht van verhaal voor een mogelijke ontnemingsverplichting. Een derde, die zich als eigenaar van de kampeerwagen stelde, klaagde op grond van artikel 552a Sv tegen dit beslag.
De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond omdat niet buiten redelijke twijfel vaststond dat de derde eigenaar was, en het belang van de strafvordering zich vooralsnog tegen opheffing van het beslag verzette. De Hoge Raad bevestigt dat de rechter bij een dergelijk beslag moet toetsen of het buiten redelijke twijfel vaststaat dat de derde eigenaar is, en dat alleen dan teruggave gelast moet worden.
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank deze maatstaf juist heeft toegepast en voldoende heeft gemotiveerd waarom teruggave niet aan de orde was. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen. Hiermee wordt voorkomen dat onaanvaardbare inbreuk op eigendomsrechten van derden plaatsvindt, maar ook dat beslag wordt opgeheven indien het eigendom niet overtuigend is aangetoond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de kampeerwagen blijft gehandhaafd omdat niet buiten redelijke twijfel vaststaat dat de derde eigenaar is.