ECLI:NL:PHR:2004:AR0275
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid bij schijn van volmacht en gerechtvaardigd vertrouwen in koop bedrijf
In deze zaak stond centraal of eiser, werknemer van A B.V., aansprakelijk kon worden gehouden voor een koopovereenkomst die hij namens A had gesloten met verweerders, eigenaren van een agrarisch bedrijf, terwijl A de volmacht aan eiser betwistte.
De feiten betroffen onderhandelingen over de aankoop van het bedrijf, waarbij eiser namens A een prijs overeenkwam en een voorbehoud maakte dat goedkeuring van A nodig was. Het hof oordeelde dat verweerders gerechtvaardigd mochten vertrouwen dat het voorbehoud was komen te vervallen, mede door gedragingen van A en het nalaten door eiser om het voorbehoud te herhalen.
De Hoge Raad stelt dat het oordeel van het hof over het gerechtvaardigd vertrouwen onvoldoende gemotiveerd is, vooral omdat het hof enerzijds aannam dat A niet gebonden was, maar anderzijds het nalaten van eiser om het voorbehoud te herhalen aan hem toerekende zonder dat dit aan A kon worden toegerekend. Ook was onvoldoende rekening gehouden met de dubbelzinnigheid van het stilzwijgen van eiser en de onderzoeksplicht van verweerders.
De Hoge Raad concludeert dat het arrest van het hof vernietigd moet worden wegens gebrekkige motivering en ongerijmdheden in de redenering over de aansprakelijkheid van eiser en het gerechtvaardigd vertrouwen van verweerders.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over het gerechtvaardigd vertrouwen en de aansprakelijkheid van eiser.