ECLI:NL:PHR:2004:AP4170
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens wederspannigheid, belediging en beschadiging met discussie over redelijke termijn
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens wederspannigheid met letsel, eenvoudige belediging van een ambtenaar tijdens diens bediening en opzettelijke beschadiging van andermans goed, met een gevangenisstraf van tien weken en een schadevergoeding van €350.
Verdachte stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof dat geen gevolgen verbonden werden aan de overschrijding van de redelijke termijn tussen het instellen van hoger beroep en de uitspraak. Het hof had geoordeeld dat de overschrijding van bijna twee jaar en twee maanden weliswaar bestond, maar gelet op de geringe duur en de strafmaat geen strafvermindering noodzakelijk was.
De Hoge Raad overwoog dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom ondanks de overschrijding en het herhaald aandringen van de verdediging op spoedige behandeling geen strafvermindering werd toegepast. De enkele constatering van overschrijding volstaat niet, zeker niet wanneer verdachte daadwerkelijk in zijn belangen is geschaad.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar een ander hof voor hernieuwde berechting en afdoening, met inachtneming van de redelijke termijn en de belangen van verdachte.
Deze zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering door de feitenrechter bij overschrijding van de redelijke termijn en de toepassing van strafvermindering conform de jurisprudentie van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting met inachtneming van de redelijke termijn.