ECLI:NL:HR:2004:AP4170
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overschrijding redelijke termijn leidt niet tot strafvermindering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld tot tien weken gevangenisstraf voor wederspannigheid met letsel, eenvoudige belediging van een ambtenaar en opzettelijke beschadiging van goederen.
De verdachte stelde dat de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep tot strafvermindering moest leiden. Het hof had echter geoordeeld dat ondanks de overschrijding van bijna twee jaar en twee maanden na het instellen van het hoger beroep, dit geen gevolgen hoefde te hebben voor de strafmaat vanwege de geringe duur van de overschrijding en de aard van de opgelegde straf.
De Hoge Raad bevestigde dat het rechtsgevolg dat de feitenrechter verbindt aan een overschrijding van de redelijke termijn slechts op begrijpelijkheid kan worden getoetst. Het hof had dit oordeel op een begrijpelijke wijze gemotiveerd, mede gelet op de opgelegde straf van tien weken gevangenisstraf met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tien weken gevangenisstraf ondanks overschrijding van de redelijke termijn.