ECLI:NL:PHR:2000:AA5519
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Voorwaarden voor toewijzing voorschot op schadevergoeding wegens modelinbreuk in kort geding
In deze zaak staat centraal de vraag onder welke voorwaarden in kort geding een voorschot op schadevergoeding wegens modelinbreuk kan worden toegewezen. Danestyle Leisure Accessories A/S, houder van een modelrecht op een opblaasbare hoofdsteun, vorderde tegen HBS Trading BV en Spendax BV een verbod op inbreukmakende handelingen en een voorschot op schadevergoeding. De president van de rechtbank wees het voorschot af, maar het hof Amsterdam kende het voorschot alsnog toe, waarna HBS c.s. cassatie instelden.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de vereisten voor toewijzing van een geldvordering in kort geding, met name het spoedeisend belang, de mate van waarschijnlijkheid van de vordering en het restitutierisico. De Raad benadrukt dat een spoedeisend belang bij een voorschot niet zonder meer kan worden aangenomen omdat er spoedeisend belang is bij een andere vordering, zoals een verbod. Ook wordt de jurisprudentie en literatuur over de ontwikkeling van incasso-kort gedingen besproken.
Verder behandelt de Hoge Raad de uitleg van art. 27a Auteurswet, die de benadeelde de keuze geeft tussen schadevergoeding en winstafdracht, en de mogelijkheid tot cumulatie van beide vorderingen. De Raad concludeert dat cumulatie niet zonder meer kan, omdat beide posten op dezelfde grondslag rusten en dat het hof ten onrechte zowel schadevergoeding als winstafdracht heeft meegenomen in de berekening van het voorschot. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.