Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
utilities,zoals elektriciteit, stikstof, water, lucht, die BioMCN ten behoeve van ChemCom van andere aanbieders heeft afgenomen en één-op-één aan ChemCom doorlevert. ChemCom stelt zich op het standpunt dat die vordering door verrekening (grotendeels) is betaald. Voor zover nodig beroept zij zich op opschorting. Aan haar beroep op verrekening en opschorting legt zij ten grondslag dat zij zelf vorderingen op BioMCN heeft in verband met verschillende afspraken rondom leveringen van methanol.
utilitiesgeldt tussen partijen al jarenlang de volgende werkwijze. BioMCN neemt deze af van Nobian en Linde Gas en betaalt hun daarvoor rechtstreeks. BioMCN levert deze
utilitieséén-op-één door aan ChemCom, zonder voor het doorleveren enige vergoeding in rekening te brengen. ChemCom betaalt BioMCN steeds maandelijks achteraf het bedrag dat BioMCN voor deze
utilitiesaan Nobian en Linde Gas heeft betaald.
utilitiesin de maanden december 2024 tot en met maart 2025 niet betaald. Het totaalbedrag van deze facturen is € 1.801.702,74.
utilitiesover de periode vanaf maart 2025 tot de datum van de mondelinge behandeling steeds voldaan.
utilities.
3.De toelichting op de beslissing van het hof
vordering van BioMCNhoudt verband met het volgende. Omdat ChemCom zelf geen aansluiting heeft die haar directe toegang geeft tot leveringen van
utilities, bestaan er tussen ChemCom en BioMCN mondelinge afspraken. Die afspraken houden onder meer in dat BioMCN op eigen naam en voor eigen rekening ten behoeve van ChemCom
utilitiesafneemt van Nobian en van Linde Gas, en die
utilitiesvia de tussen BioMCN en ChemCom bestaande infrastructuur aan ChemCom doorlevert. Het bedrag dat BioMCN hiervoor door Nobian en Linde Gas in rekening gebracht krijgt, betaalt BioMCN ook aan die partijen, en zij brengt diezelfde bedragen aan ChemCom in rekening, zonder enige vorm van opslag of extra kosten daarover te rekenen. Deze afspraken worden – met uitzondering van de periode waarover de vordering van BioMCN in dit kort geding gaat – al jarenlang probleemloos door partijen op deze manier uitgevoerd, ook tot op heden.
vorderingen van ChemCombaseert zij op het volgende. ChemCom lost de methanol die zij afneemt vanaf de zogenoemde Binnensteiger. Die Binnensteiger is eigendom van JPB en zij verricht ook de werkzaamheden aan de laad- en losarm bij die steiger. Voor het gebruik van de Binnensteiger – de laad- en losarm en het leidingwerk – brengt JPB ChemCom kosten in rekening. Die kosten dient BioMCN volgens ChemCom te dragen. ChemCom vordert verder de schade die bestaat uit meerkosten die het gevolg zijn van een volgens haar te lage lossnelheid bij de Binnensteiger. De aansprakelijkheid van BioMCN berust volgens ChemCom op bepalingen uit de zogeheten Leidingbrug- of Leidingwerkovereenkomst (artikelen 4 en 6), en daarnaast op een zogenoemde Voorraadverplichting. Die Voorraadverplichting baseert ChemCom op, of leidt zij af uit verschillende verklaringen en gedragingen van BioMCN.
utilitiesdoor BioMCN. Het hof ziet in de vorderingen van partijen geheel los van elkaar staande vorderingen die noch qua aard, noch qua inhoud op elkaar ingrijpen of met elkaar verband houden, hoezeer het hier ook gaat om partijen die regelmatig zaken met elkaar doen. Enkel dat laatste is niet de maatstaf van artikel 6:52 BW Pro.
verweer,ook wanneer de rechter in een procedure beoordeelt of een eerder uitgebrachte verrekeningsverklaring effect heeft gesorteerd. De rechter heeft de mogelijkheid om in het kader van die beoordeling toepassing te geven aan artikel 6:136 BW Pro als hij daar aanleiding toe ziet. [7] Voor wat betreft de beoordeling van het verrekeningsberoep van ChemCom verenigt het hof zich met het oordeel van de voorzieningenrechter en de gronden voor dat oordeel en maakt dat tot het zijne: ook in hoger beroep dient nader partijdebat, feitelijk onderzoek, en mogelijk ook bewijslevering plaats te vinden voordat kan worden vastgesteld of de tegenvorderingen juist zijn die ChemCom aan haar verrekeningsberoep en -verklaringen ten grondslag heeft gelegd. Daarvoor is in dit kort geding geen plaats. Daarom, ook gelet op artikel 6:136 BW Pro, slaagt het beroep van ChemCom op verrekening niet.
utilitieste beschikken, prevaleert boven het belang van ChemCom om die betaling af te houden totdat in rechte ten gronde over haar gestelde tegenvorderingen is beslist. De overige grieven van BioMCN die strekken tot toewijzing van haar geldvordering hoeven verder dus niet besproken te worden.
utilitieswaarover dit kort geding gaat, sinds maart 2025 betaalt voor hetgeen zij aan
utilitiesvan BioMCN krijgt doorgeleverd. De noodzaak voor, en proportionaliteit van een dergelijk vergaand verbod is het hof bij de huidige stand van zaken niet gebleken.
double dippen), omdat ChemCom ondertussen aanmerkelijk meer moet betalen voor de methanol die zij van Methanex afneemt, in verband met de betalingen waarvoor Methanex in hun onderlinge verhouding op grond van de Methanol Sales Agreement opdraait. Verder stelt ChemCom dat BioMCN de bedragen onjuist weergeeft; al met al is van Methanex slechts een bedrag van € 992.046,98 ontvangen, maar dan wel zonder btw. ChemCom maakt verder bezwaar tegen de eiswijziging, omdat deze in een te laat stadium van de procedure plaatsvindt.