ECLI:NL:PHR:2001:ZC3656
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over merkrecht, handelsnaam en misbruik van recht bij Hooters-zaak
Deze zaak betreft een geschil tussen Rowa B.V. en Hooters B.V. enerzijds en Hooters Inc. en Hooters of America Inc. anderzijds over merkrechten en handelsnaamgebruik van "Hooters" in de Benelux. Hooters USA voert merkrechten en handelsnaamrechten aan, terwijl Rowa c.s. zich beroept op een licentie van een ouder depot van het merk "Hooters". Het geschil spitst zich toe op de vraag of Hooters USA misbruik van recht maakt door haar merkrechten in te roepen, of dat Rowa c.s. een ouder handelsnaamrecht heeft.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de toepassing van de Benelux Merkenwet (BMW) en de Handelsnaamwet (Hnw), met name de vijfjaarstermijn voor non-usus van merken en de toepasselijkheid van art. 5a Hnw op dienstmerken. Het hof had geoordeeld dat Hooters USA haar merk niet normaal gebruikte, maar wel dat er geen sprake was van misbruik van recht. Ook oordeelde het hof dat Rowa c.s. merkinbreuk pleegden en dat het gebruik van de handelsnaam "Hooters" verwarring bij het publiek kan veroorzaken.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat het hof onjuiste maatstaven hanteerde voor het rechtscheppend gebruik van de handelsnaam, met name ten onrechte eisen stelde aan de duur en beschermenswaardige bekendheid. De zaak wordt verwezen naar een ander hof voor nader onderzoek naar het gebruik van de handelsnaam en de merkrechten. De Hoge Raad bevestigt dat de BMW het depotstelsel hanteert en dat het recht op het merk ontstaat door depot, niet door gebruik, maar dat misbruik van recht kan worden beoordeeld. Ook wordt bevestigd dat art. 5a Hnw overeenkomstig kan worden toegepast op dienstmerken.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar het gebruik van de handelsnaam en merkrechten.