Belanghebbende is naheffingsaanslagen en verzuimboetes winstbelasting en omzetbelasting opgelegd over de jaren 2018 tot en met 2023. Zij maakte bezwaar en stelde beroep in tegen diverse aanslagen en boetes. Het Gerecht beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van de beroepen en bezwaren. Voor de jaren 2018, 2019 en 2022 zonder bezwaar verklaarde het Gerecht het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een tijdig ingediend bezwaarschrift.
Voor het jaar 2021 werd het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, waardoor het beroep ongegrond is. Voor het jaar 2022 werd het bezwaar ontvankelijk geacht en inhoudelijk beoordeeld. De verzuimboetes zijn opgelegd conform wettelijke regels vanwege stelselmatig niet tijdig indienen van aangiften. Belanghebbende erkende de verzuimboetes.
Het Gerecht oordeelde dat de redelijke termijn voor behandeling van de boetes was overschreden, waardoor vermindering van de boete voor 2021 met 5% werd toegepast. Voor 2020 en 2018/2019 was geen vermindering wegens termijnoverschrijding aan de orde. Het beroep tegen de boetes 2021 en 2022 werd ongegrond verklaard met een vermindering van de boetes tot respectievelijk NAf 1.425 en NAf 1.200. Proceskosten werden niet toegewezen.