Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep
4.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
5.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende diende een voorlopige en definitieve aangifte winstbelasting 2016 in, waarbij de definitieve aangifte resulteerde in een terug te ontvangen bedrag. De Inspecteur legde echter een naheffingsaanslag en verzuimboete op, waarop belanghebbende bezwaar maakte. De Inspecteur handhaafde de aanslag en boete, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Gerecht.
Het Gerecht beoordeelde de ontvankelijkheid en stelde vast dat het beroep tijdig was ingediend, mede omdat belanghebbende aannemelijk maakte dat zij de uitspraken op bezwaar pas in maart 2021 ontving. Inhoudelijk oordeelde het Gerecht dat de Inspecteur ten onrechte geen negatieve aanslag had opgelegd binnen de wettelijke termijn, maar een naheffingsaanslag met boete.
De Inspecteur gaf tijdens de procedure aan de aanslag en boete te zullen vernietigen en het teveel betaalde bedrag te zullen restitueren. Hierdoor was het belang bij het beroep komen te vervallen, maar het Gerecht verklaarde het beroep gegrond om de toezegging afdwingbaar te houden en stelde een termijn van twee maanden voor het opleggen van de negatieve aanslag.
Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tevens in de proceskosten en griffierechten. De uitspraak biedt duidelijkheid over de toepassing van termijnen bij negatieve aanslagen en bevestigt de rechtsbescherming van belastingplichtigen bij niet tijdige aanslagoplegging.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de naheffingsaanslag en boete worden vernietigd en de Inspecteur dient binnen twee maanden een negatieve aanslag op te leggen.