ECLI:NL:HR:2025:1728
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over elektronische kenbaarheid in bezwaarprocedure parkeerbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting via een digitaal contactformulier waarbij hij zijn e-mailadres invulde. De heffingsambtenaar stuurde daarop uitspraken op bezwaar per e-mail, waarna belanghebbende een tweede bezwaar indiende dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing niet-ontvankelijk omdat het beroep te laat was ingesteld, uitgaande van de elektronische verzending.
Belanghebbende stelde in verzet dat hij niet had ingestemd met elektronische verzending van de uitspraken op bezwaar en dat het invullen van zijn e-mailadres op het formulier niet als toestemming kon worden gezien. De rechtbank wees het verzet af, maar de Hoge Raad vernietigde deze uitspraak. Volgens de Hoge Raad is het enkel invullen van een verplicht e-mailadres op een contactformulier onvoldoende om te concluderen dat de belanghebbende impliciet toestemming heeft gegeven voor elektronische verzending van uitspraken.
De Hoge Raad bepaalt dat de uitspraken op bezwaar niet op de voorgeschreven wijze zijn bekendgemaakt en dat de beroepstermijn pas begint te lopen vanaf het moment dat belanghebbende de uitspraken daadwerkelijk heeft ontvangen. De zaak wordt terugverwezen voor voortzetting van het onderzoek. Tevens veroordeelt de Hoge Raad het college en de heffingsambtenaar in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd wegens onvoldoende kenbaarheid van elektronische bereikbaarheid.