Uitspraak
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
Belastingdienst/Kantoor Nijmegen(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
Onlangs ontving ik van u 2 aangetekende brieven met de verwijzing naar de mogelijkheid van het digitale dossier. Deze berichten kwamen in 2 nieuwe zaken.
3.Gronden van het verzet
4.Beoordeling van het verzet
19 december 2024 onder ogen gekregen. De termijn voor het instellen van hoger beroep is derhalve aangevangen op 17 april 2025 en eindigde, zes weken later, op 29 mei 2025. Belanghebbende heeft binnen deze termijn, op 17 april 2025, een bericht naar de Rechtbank gestuurd (zie 2.2.). Naar het oordeel van het Hof valt uit dit bericht af te leiden dat belanghebbende het niet eens was met de uitspraak van de Rechtbank en daartegen hoger beroep wenste in te stellen. De Rechtbank had dit bericht daarom moeten aanmerken als een – nog nader te motiveren – hogerberoepschrift en had dit bericht zo spoedig mogelijk moeten doorzenden naar het Hof (artikel 6:15 in Pro samenhang met artikel 6:24 van Pro de Awb). [2] Als datum van indiening van dit hogerberoepschrift heeft vervolgens te gelden de datum van indiening bij de Rechtbank van 17 april 2025 (artikel 6:15, lid 3, in samenhang met artikel 6:24 van Pro de Awb). Dit betekent dat belanghebbende binnen de termijn en daarmee tijdig hoger beroep heeft ingesteld.
5.Proceskosten
6.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).