ECLI:NL:HR:2023:954
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing duurzaamverblijfhouder Europese Octrooiorganisatie en schending vrij verkeer
Belanghebbende, een Belgische functionaris werkzaam bij het Europees Octrooibureau in Nederland en aangemerkt als duurzaamverblijfhouder, maakte bezwaar tegen de belastingheffing over haar inkomen uit sparen en beleggen voor het jaar 2016. Het geschil betrof de vraag of de toepasselijke bepalingen in de Zetelovereenkomst tussen Nederland en de Europese Octrooiorganisatie in strijd zijn met het recht op vrij verkeer van werknemers zoals vastgelegd in artikel 45 VWEU Pro.
Het Hof Den Haag oordeelde dat er sprake was van een zuiver interne situatie, aangezien belanghebbende niet vanuit een andere EU-lidstaat naar Nederland was gekomen, en dat de Zetelovereenkomst niet in strijd was met het EU-recht. De fiscale vrijstellingen gelden niet voor duurzaamverblijvers, vergelijkbaar met Nederlandse staatsburgers, waardoor geen schending van het vrij verkeer is aan te wijzen.
De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en verwierp de klachten van belanghebbende. Ook andere klachten werden ongegrond verklaard zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang waren voor de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de belastingheffing over het inkomen van de duurzaamverblijfhouder.