Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 29 oktober 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de Inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
1. Personeelsleden van het Bureau die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen,
genieten dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke door Nederland worden verleend aan diplomatieke ambtenaren van de diplomatieke vertegenwoordigingen die in Nederland zijn gevestigd overeenkomstig het Verdrag van Wenen, met dien verstande dat immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken en persoonlijke onschendbaarheid zich niet uitstrekken tot handelingen verricht buiten hun officiële taken.
2. Personeelsleden van het Bureau die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen, die geen bedienend personeel zijn en die niet onder het bepaalde in het eerste lid vallen, genieten dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke door Nederland worden verleend aan administratief en technisch personeel van de diplomatieke vertegenwoordigingen die in Nederland zijn gevestigd overeenkomstig het Verdrag van Wenen, met dien verstande dat immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken en persoonlijke onschendbaarheid zich niet uitstrekken tot handelingen verricht buiten hun officiële taken.
3. (…)
6. Dit artikel is niet van toepassing op personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten of duurzaam verblijf houden in Nederland.”
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
bij de toepassing van regelingen die gelden voor diplomatieke ambtenaren, waarnaar artikel 10, lid 1, van de Zetelovereenkomst verwijst”(r.o. 2.3.6; onderstreping Hof) faalt. De desbetreffende overweging, in samenhang bezien met de daaraan voorafgaande overwegingen 2.3.2 tot en met 2.3.5, laten geen andere conclusie toe dan dat het arrest van 9 januari 2015 ziet op de betekenis van het begrip duurzaam verblijf bij de toepassing van artikel 10, lid 6, van de Zetelovereenkomst.