Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
,gehouden is de resultaten van dat onderzoek te doen opnemen in de (digitale) dossiers van die verwanten. [3]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, enig erfgenaam van haar moeder (erflaatster), maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag erfbelasting die de Inspecteur oplegde vanwege een niet opgegeven aandeel in de onverdeelde nalatenschap van haar grootmoeder (oma). De nalatenschap van oma was nog niet verdeeld op het moment van het overlijden van erflaatster.
De Inspecteur had bij het opleggen van de aanslag erfbelasting inzake erflaatster alleen het dossier van erflaatster geraadpleegd en niet dat van oma. Het Gerechtshof bevestigde dat dit volstond en dat er geen verplichting bestond om ook andere dossiers te raadplegen, ook niet als dezelfde inspecteur bevoegd was voor beide nalatenschappen.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de Inspecteur wel bekend had moeten zijn met het aandeel van erflaatster in de nalatenschap van oma, omdat dit dossier ook onder zijn bevoegdheid viel. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat de onderzoeksplicht niet ruimer is dan bij de inkomstenbelasting en dat er geen wettelijke verplichting bestaat om gegevens van andere belastingplichtigen te raadplegen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Hiermee blijft de uitspraak van het Hof in stand dat de Inspecteur bij navordering niet verplicht is tot een geïntegreerd onderzoek van alle verwante dossiers.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat de inspecteur niet verplicht was het dossier van andere belastingplichtigen te raadplegen.