Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
7. De bank en partijen sub A komen overeen dat de bank de vorderingen die zij nu of te eniger tijd, al dan niet opeisbaar of onder voorwaarde, op partijen sub A of één hunner heeft of krijgt, mag verrekenen met de vorderingen die partijen sub A of één hunner nu of te eniger tijd, al dan niet opeisbaar, op de bank heeft of krijgt, een en ander naar keuze van de bank. Partijen sub A machtigen de bank onherroepelijk om eventuele creditsaldi op (één van) de rekening(en) van ieder van de partijen sub A, zonder enige nadere opdracht, over te boeken naar (één van) de rekening(en) van haarzelf of van iedere andere van de partijen sub A, één en ander geheel naar keuze van de bank.”
shipbroker) voor Chartering, die als eigenaar van de desbetreffende schepen werd genoemd. Shipping stuurde voor deze bevrachtingsdiensten facturen aan Vestas, die Vestas betaalde op een rekening van Shipping bij ING.
Mulder q.q./Crédit Lyonnais), ook geldt als een stil verpande vordering wordt voldaan op een bankrekening die niet op naam van de stille pandgever is gesteld, maar van een hoofdelijk medegehouden zustervennootschap die haar vorderingen eveneens stil aan de bank heeft verpand.
Rabobank/Kézér q.q.) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de wederpartij van de gefailleerde niet te goeder trouw is in de zin van art. 54 Fw Pro indien zij bij de overneming van de schuld aan, of van de vordering op de latere failliet wist dat de schuldenaar in een zodanige toestand verkeerde dat zijn faillissement dan wel zijn surseance van betaling was te verwachten. De rechtbank onderschrijft niet het standpunt van de curator dat deze norm in wezen identiek is aan de formulering die de Hoge Raad in de context van art. 42 Fw Pro heeft ontwikkeld in het arrest HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8493 (
ABN AMRO/Van Dooren q.q. III), te weten dat van wetenschap van benadeling in de zin van deze bepaling sprake is indien ten tijde van de handeling het faillissement en een tekort daarin met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien voor zowel de schuldenaar als degene met of jegens wie de schuldenaar de rechtshandeling verrichtte. De norm die in het kader van de art. 235 Fw Pro en 54 Fw moet worden toegepast impliceert dat subjectieve wetenschap van de toestand waarin de schuldenaar verkeert, moet worden aangetoond. (rov. 4.4-4.8)
Rabobank/Kézér q.q.geldt ook in die specifieke context. (rov. 4.9)
Mulder q.q./Crédit Lyonnais, niet geldt omdat Chartering in verhouding tot Shipping rechthebbende was op de door Vestas gedane betalingen, die echter niet op een door haar aangehouden rekening bij ING zijn voldaan, maar op de rekening van haar zustervennootschap Shipping. De curator voert bovendien aan dat de juistheid van deze lezing is bevestigd in het arrest HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5663 (
ABN Amro/Schreurs q.q.). (rov. 4.20)
Mulder q.q./Crédit Lyonnaisis dus rechtstreeks op het onderhavige geval van toepassing, zodat ING ook in zoverre tot verrekening bevoegd was. (rov. 4.21)
ABN Amro/Schreurs q.q.maakt dit niet anders. Hierin heeft de Hoge Raad onder meer overwogen dat uit het arrest
Mulder q.q./Crédit Lyonnaisvolgt dat een bankinstelling zich mag beroepen op verrekening op de voet van art. 53 Fw Pro ter zake van girale betalingen die op een bij haar aangehouden rekening van haar schuldenaar zijn gedaan en die zijn ontvangen op een tijdstip na diens faillietverklaring ter voldoening van vorderingen waarop de bank een stil pandrecht heeft verkregen. Volgens de curator wordt in de zinsnede “op een bij haar aangehouden rekening van haar schuldenaar” een zelfstandige, nadere eis gesteld waaraan in dit geval niet is voldaan. Dit standpunt is niet juist, reeds omdat “haar schuldenaar” (in dit geval: schuldenaar van ING) in dit geval niet Chartering was, maar Shipping. (rov. 4.22)
3.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De goedetrouwmaatstaf van de art. 54 lid 1 Fw Pro en 235 lid 1 Fw
Mulder q.q./Crédit Lyonnais [3] .
Mulder q.q./Crédit Lyonnais(zie hiervoor in 3.3.1). Die omstandigheid hangt immers onmiddellijk en uitsluitend samen met de bijzondere positie van de bank in het girale betalingsverkeer, nu het hier bedoelde pandrecht van de bank is gevestigd op de vordering van de schuldenaar op de bank die voortvloeit uit de rekening-courantverhouding. [4]
Mulder q.q./Crédit Lyonnaisaanvaarde uitzondering alleen geldt als de betaling van de derde is verricht op een rekening van de pandgever zelf.
Mulder q.q./Crédit Lyonnaisaanvaarde uitzondering slechts ziet op betaling op een bankrekening van de pandgever zelf. Zij slaagt echter in zoverre, dat de rechtbank heeft miskend dat voor een rechtsgeldig beroep op verrekening ingeval de betaling plaatsvindt op de bankrekening van een andere schuldenaar van de bank dan de pandgever, vereist is dat het pandrecht (mede) tot zekerheid strekte voor de betaling van de schuld van die andere schuldenaar. Of dat laatste hier het geval is, moet na terugwijzing worden vastgesteld.
4.Beslissing
25 augustus 2023.