ECLI:NL:HR:2022:1787
Hoge Raad
- Cassatie in het belang der wet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wettelijke grondslag en toelaatbaarheid kosten eHerkenning voor loonheffingen
De belanghebbende had geen aangifte loonheffingen gedaan over maart 2020, waarna een naheffingsaanslag werd opgelegd. De Rechtbank Gelderland vernietigde deze aanslag omdat zij oordeelde dat geen wettelijke grondslag bestond voor de verplichting om eHerkenning aan te schaffen, noch voor de betalingsverplichting.
De Hoge Raad stelt vast dat de Regeling Elektronisch Berichtenverkeer Belastingdienst (EBVB), gebaseerd op artikel 3a AWR, een wettelijke grondslag biedt voor de verplichting om elektronische aangifte te doen met eHerkenning. De Rechtbank had dit miskend.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het maken van kosten voor eHerkenning niet onrechtmatig is, mits deze niet onevenredig zijn ten opzichte van het doel van bescherming van privacygevoelige gegevens. De kosten tussen €20 en €25 per jaar zijn volgens de Hoge Raad proportioneel.
Hoewel de Rechtbank haar oordeel op onjuiste gronden baseerde, blijft de vernietiging van de naheffingsaanslag in stand omdat de Belastingdienst erkent dat de belanghebbende geen loonheffingen verschuldigd is.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee de geldigheid van de regeling en de toelaatbaarheid van de kosten verbonden aan eHerkenning.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft vernietigd.