Uitspraak
1.De uitspraak van het hof
2.Het cassatieberoep
3.Waar het in deze zaak om gaat
4.De overwegingen van het hof
5.Wettelijk kader
6.Beoordeling van het cassatiemiddel
Wordt de tbs met verpleging opgelegd naar aanleiding van een geweldsmisdrijf, dan is de in artikel 38e lid 1 Sr bedoelde beperking van de totale duur van de maatregel tot vier jaar niet van toepassing en kan de rechter die oordeelt over de verlenging van de maatregel de duur daarvan zonder beperking verlengen met telkens één of twee jaar. Het is dus de rechter die oordeelt over de verlenging van de maatregel (hierna ook: de verlengingsrechter) die de totale duur van de tbs bepaalt.
Deze taakverdeling tussen de opleggingsrechter en de verlengingsrechter houdt hiermee verband dat het enerzijds mede vanuit de rechtspositie van de ter beschikking gestelde bezien gewenst is dat bij de oplegging van de terbeschikkingstelling voorzienbaar is of deze wel of niet in duur gemaximeerd is, terwijl anderzijds in het algemeen de verlengingsrechter beter in staat is dan de opleggingsrechter om te beoordelen hoe lang ‑ mede gelet op de resultaten van de na de oplegging van die maatregel ingezette (psychiatrische) behandeling van de betrokkene en het daarmee samenhangende recidiverisico - de tbs met verpleging moet voortduren.
7.Beslissing
25 mei 2021.