Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
20 april 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd verdacht van het besturen van een voertuig onder invloed van cannabis met een THC-gehalte van 11 microgram per liter bloed, hoger dan de wettelijke grenswaarde. Bij de politiecontrole werd een speekseltest afgenomen die positief was, waarna de verdachte werd aangehouden en toestemming gaf voor bloedafname. De bloedafname vond echter pas 1 uur en 40 minuten na de vordering plaats, waarbij de wettelijke termijn van anderhalf uur werd overschreden.
De politierechter sprak de verdachte vrij wegens het niet-naleven van de 90-minuten termijn voor bloedafname, een zogenaamd vormverzuim dat volgens het hof tot bewijsuitsluiting leidde. Het openbaar ministerie ging in hoger beroep, waarbij het hof de vrijspraak bevestigde op grond van het standpunt dat de overschrijding betekende dat er geen geldig onderzoek was verricht zoals vereist in artikel 8 lid 5 WVW Pro 1994.
De Hoge Raad oordeelt dat de termijn van anderhalf uur in artikel 12 lid 3 van Pro het Besluit Alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer weliswaar een strikte waarborg is, maar niet rechtstreeks verband houdt met de betrouwbaarheid van het bloedonderzoek. Het overschrijden van deze termijn betekent niet dat het onderzoek niet betrouwbaar is of dat er geen onderzoek heeft plaatsgevonden in de zin van de wet. Daarom is het oordeel van het hof onjuist en vernietigt de Hoge Raad het arrest, wijzend de zaak terug voor hernieuwde berechting.
De uitspraak bevat een uitgebreide toelichting op de achtergrond van de termijn, de halfwaardetijd van cannabis in het bloed, en de praktische overwegingen die aan de termijn ten grondslag liggen. De Hoge Raad benadrukt dat de termijn niet geldt voor bloedonderzoek uitsluitend gericht op alcohol en dat bijzondere omstandigheden de termijn kunnen verlengen, maar dat de situatie in deze zaak hier niet onder valt.
De zaak wordt door de Hoge Raad terugverwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens overschrijding bloedafnametermijn en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting.