De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van rijden onder invloed van cocaïne, GHB en amfetamine. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in. Het hof onderzocht of het bloedonderzoek binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee weken was uitgevoerd. Hoewel deze termijn met maximaal 13 dagen werd overschreden, oordeelde het hof dat dit geen invloed had op de betrouwbaarheid van het onderzoek, mede doordat het bloedmonster conform voorschriften bij -20°C was bewaard.
De raadsman voerde aan dat de overschrijding een schending van een strikte waarborg vormde, waardoor het bloedonderzoek niet als 'onderzoek' in de zin van de Wegenverkeerswet kon gelden. Het hof verwierp dit en stelde vast dat sprake was van een vormverzuim zonder nadeel voor de verdachte, zodat het bewijs kon worden gebruikt.
Het hof verklaarde bewezen dat de verdachte op 19 oktober 2019 te Sint Maartensvlotbrug een voertuig bestuurde onder invloed van de genoemde drugs, en sprak hem vrij van overige tenlasteleggingen. Gelet op de ernst van het feit, het gecombineerde middelengebruik en de verkeersveiligheid, legde het hof een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor negen maanden op met een proeftijd van twee jaar.
Daarnaast werden enkele inbeslaggenomen goederen verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer, zoals een weegschaal en verdovende middelen. Andere goederen, waaronder geld en telefoons, werden teruggegeven. Het hof hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en eerdere veroordelingen, waardoor de straf lager uitviel dan door het openbaar ministerie gevorderd.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 22 juli 2021.