ECLI:NL:HR:2020:513
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek negatief resultaat uit overige werkzaamheden bij familiale betaling kinderopvangtoeslag
Belanghebbende verzorgde kinderopvang voor zijn kleinkinderen en ontving daarvoor vergoedingen die hij als resultaat uit overige werkzaamheden aangaf. Na een terugvordering van kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst betaalde belanghebbende een gelijk bedrag aan zijn dochter, waarvan hij een deel als negatief resultaat uit overige werkzaamheden aftrok. De Inspecteur weigerde deze aftrek.
Het Hof oordeelde dat de betaling niet aftrekbaar was omdat deze voortkwam uit familiale verhoudingen en niet uit een zakelijke overeenkomst met een willekeurige derde. Belanghebbende voerde in cassatie aan dat hij deze stelling impliciet had weersproken, maar de Hoge Raad oordeelde dat het Hof niet onbegrijpelijk had geoordeeld dat belanghebbende dit niet had gedaan.
De Hoge Raad bevestigde het uitgangspunt dat aftrekbaarheid afhankelijk is van de oorzaak van de betaling en dat familiale verhoudingen een belemmering vormen voor aftrek. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de betaling is niet aftrekbaar als negatief resultaat uit overige werkzaamheden.