Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding en samenvatting
2.Procesverloop
3.De feiten en het geschil
De feiten
4.De behandeling van het geschil in cassatie
Inleiding: het achterliggende probleem
lex dura sed lex, [7] en is het aan de wetgever om te bezien of deze aanpassing behoeft, of eventueel aan de bewindsman om door middel van hardheidsclausulebeleid een voorziening te treffen.
BNB1989/120 (zie onderdeel 4.42) ook buiten de loonsfeer geldt. Aangezien ‘overige werkzaamheden’ net als ‘dienstbetrekking’ een arbeidsbron vormen, lijkt een bevestigende beantwoording van die vraag voor de hand te liggen. Wel is voor de bron overige werkzaamheden anders dan onder de voorganger van de huidige wet een winstregime van toepassing verklaard [36] , maar terwijl aftrek van onzakelijke uitgaven in de winstsfeer onder het regime van de onttrekkingen is uitgesloten, geldt dit in de loonsfeer hetzelfde voor uitgaven die besteding van inkomen inhouden. Dus zal de rechtsleer uit het arrest HR BNB 1989/120 in deze zaak moeten worden toegepast.
BNB1989/120 en mijn betoog in 4.44 - relevant is, is van belang dat het maatschappelijk als passend geldt dat iemand die een bate heeft ontvangen op een materieel gesproken onterechte titel, deze terug stort; dat geldt des temeer wanneer iemand anders ervoor heeft gezorgd dat hij die bate ontving en juist die persoon (aanzienlijke) schade zou lijden wanneer hij dat geld niet zou terugbetalen. In ronde bewoordingen gezegd: hij zou zich door dat niet te doen sociaal onmogelijk maken. De belanghebbende heeft zich op deze fatsoensnorm weliswaar niet beroepen maar het bestaan ervan is een aan de (cassatie)rechter bekende algemene ervaringsregel die hij eigener beweging kan toepassen. [38]