ECLI:NL:HR:2020:1600
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- P.A.G.M. Cools
- Rechtspraak.nl
Toepassing twaalfjaarstermijn navordering schenking en standstillbepaling VWEU
Belanghebbende opende in 1998 een bankrekening bij een Zwitserse bank waarop schenking van haar vader was gestort zonder aangifte te doen. Na overlijden van de vader in 2005 informeerde belanghebbende in 2015 de Inspecteur over de rekening, waarna een navorderingsaanslag werd opgelegd.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd en dat de verlengde navorderingstermijn van artikel 66 lid 1 SW Pro 1956 valt onder de standstillbepaling van artikel 64 VWEU Pro, omdat het aanhouden van een buitenlandse bankrekening onder financiële diensten valt. Het Hof zag geen aanleiding voor prejudiciële vragen over de verenigbaarheid met het vrije kapitaalverkeer.
In cassatie betoogde belanghebbende dat de schenking niet onder financiële diensten valt en dat de standstillbepaling niet van toepassing is. De Hoge Raad verwierp dit, verwijzend naar jurisprudentie van het HvJ EU en eerdere arresten, en stelde dat de navorderingsaanslag geen verboden belemmering vormt zolang deze met redelijke voortvarendheid is opgelegd.
Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens het tijdsverloop werd afgewezen omdat dit niet eerder was ingediend. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag blijft in stand.