Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
15 september 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen van zwart geld afkomstig uit grootschalige belastingontduiking door het familiebedrijf [D] B.V., eigenaar van meerdere seksclubs.
Het hof had vastgesteld dat ongeveer de helft van de omzet van [D] B.V. niet werd verantwoord en niet betrokken was bij de belastingheffing, waardoor sprake was van vermenging van legaal en illegaal verkregen gelden. Dit ontdoken belastingbedrag werd aangemerkt als uit enig misdrijf afkomstig. Daarnaast werd vastgesteld dat een deel van deze niet-verantwoorde omzet heimelijk naar Zwitserland werd overgebracht en weer ter beschikking werd gesteld aan de B.V., onder meer via leningen en investeringen in onroerend goed.
De Hoge Raad oordeelde dat de vaststellingen van het hof voldoende grond boden om een aanzienlijk geldbedrag en onroerend goed als uit enig misdrijf afkomstig aan te merken. De klacht dat niet alle niet-verantwoorde omzet als crimineel vermogen kon worden aangemerkt, leidde niet tot cassatie. Gezien de bewezenverklaringen, waaronder deelname aan een criminele organisatie en valsheid in geschrifte, zag de Hoge Raad geen reden tot vernietiging van het arrest.
Het beroep van verdachte werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.