Uitspraak
gevestigd te Den Haag,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
J.S. Kortmann en O.J.W. Schotel.
3.Uitgangspunten in cassatie
American Depository Sharesgenoteerd.
American Depository Shares.
Erfolgsort) als op de plaats van de gebeurtenis die de oorzaak is van de schade (
Handlungsort). (rov. 3.9-3.10) Het
Handlungsortis niet in Nederland gelegen, omdat niet kan worden aangenomen dat het handelen of nalaten van BP heeft plaatsgevonden in Nederland. (rov. 3.14)
Erfolgsortbevoegd is, als volgt overwogen. VEB stelt dat het in dit geding gaat om zuiver financiële schade (vermogensschade) die door aandeelhouders van BP is geleden op de beleggings- of effectenrekening waar de aandelen administratief waren bijgeschreven (en niet op de betaal- of bankrekening die is gebruikt om de aankoopsom van de aandelen te voldoen). (rov. 3.15) VEB en BP zijn verdeeld over de verhouding tussen de uitspraak HvJEU 28 januari 2015, zaak C-375/13, ECLI:EU:C:2015:37 (Kolassa/Barclays Bank) (hierna: het Kolassa-arrest) en de uitspraak HvJEU 16 juni 2016, zaak C-12/15, ECLI:EU:C:2016:449 (Universal Music/Schilling) (hierna: het Universal Music-arrest) en de consequenties daarvan voor de onderhavige zaak. (rov. 3.16)
De door VEB gestelde omstandigheid dat BP in het kader van procedures in de Verenigde Staten van Amerika met andere aandeelhouders een schikking heeft bereikt die niet is aangeboden aan de beleggers van wie VEB de belangen behartigt en het feit dat in Europa nog geen andere soortgelijke procedures worden gevoerd tegen BP, zijn evenmin bijzondere omstandigheden waaruit een band met Nederland kan worden afgeleid. Ook de overige omstandigheden die VEB heeft aangevoerd, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien, kunnen niet rechtvaardigen dat de Nederlandse rechter zich bevoegd acht. (rov. 3.18)
4.Beoordeling van het middel
Erfolgsort) bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van VEB.
Erfolgsortbij zuiver financiële schade.
Het HvJEU heeft aangaande het intreden van de schade geoordeeld dat in de hiervoor genoemde omstandigheden moet worden geconstateerd dat de schade zich voordoet op de plaats waar de belegger deze ondervindt en dat de gerechten van de woonplaats van de verzoeker – uit hoofde van het intreden van de schade – bevoegd zijn om van een dergelijke vordering kennis te nemen, onder meer wanneer die schade zich rechtstreeks voordoet op een bankrekening van die verzoeker bij een in het rechtsgebied van die gerechten gevestigde bank (Kolassa-arrest, punt 54-55).
Het oordeelde dat de enkele omstandigheid dat Universal Music aan haar uit de vaststellingsovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichting had voldaan vanaf een bankrekening in Nederland, een onvoldoende aanknopingspunt opleverde voor bevoegdheid van de Nederlandse rechter.
In punt 37 overwoog het HvJEU dat de vaststelling in het Kolassa-arrest, punt 55, dat de gerechten van de woonplaats van de verzoeker uit hoofde van het intreden van de schade, bevoegd zijn wanneer die schade zich rechtstreeks voordoet op de bankrekening van die verzoeker bij een in het rechtsgebied van die gerechten gevestigde bank, is gedaan in het bijzondere kader van die zaak, die werd gekenmerkt door omstandigheden die tezamen ertoe strekten deze gerechten bevoegdheid toe te kennen. Vervolgens overwoog het HvJEU in punt 38-39 dat zuiver financiële schade die rechtstreeks intreedt op de bankrekening van de verzoeker, zonder bijkomende omstandigheden, niet kan worden aangemerkt als een relevant aanknopingspunt uit hoofde van (de voorloper van) art. 7, punt 2, Verordening Brussel I-bis. In dat verband heeft het HvJEU opgemerkt dat niet is uitgesloten dat een vennootschap zoals Universal Music de keuze had tussen verschillende bankrekeningen ten laste waarvan zij het in die zaak aan de orde zijnde schikkingsbedrag had kunnen voldoen, zodat de plaats waar deze rekening is gelegen, niet noodzakelijkerwijs een betrouwbaar aanknopingspunt vormt. Uitsluitend in de situatie waarin de andere bijzondere omstandigheden van de zaak eveneens ertoe bijdragen bevoegdheid toe te kennen aan het gerecht van de plaats waar zuiver financiële schade is ingetreden, zou dergelijke schade kunnen rechtvaardigen dat de verzoeker zijn zaak bij dit gerecht aanbrengt.
Österreichische Kontrollbank), en dat zij in het land van haar woonplaats op basis van deze informatie zich ertoe heeft verbonden om te beleggen, welke verbintenis definitief op haar vermogen drukte. Het HvJEU achtte toebedeling van de bevoegdheid aan de gerechten van de woonplaats van verzoekster in de omstandigheden als die in het hoofgeding, in overeenstemming met de doelstellingen van voorspelbaarheid van de bevoegdheidsregels waarin (de voorloper van) Verordening Brussel I-bis voorziet, de verbondenheid tussen de door deze regels aangewezen gerechten en de vordering, alsmede de goede rechtsbedeling.
Erfolgsortkan manipuleren door te kiezen voor een bankrekening op een plaats die hem uitkomt. Bij afwezigheid van bijkomende omstandigheden is de rechter van de plaats waar de bankrekening wordt gehouden, dus niet bevoegd. Het collectieve karakter van deze procedure maakt het voorgaande niet anders, aldus BP.
Die situatie verschilt van de situatie in het Universal Music-arrest. Daarin was de zuiver financiële schade op de bankrekening het gevolg van een betaling die vanaf die bankrekening was gedaan om door gedupeerden in het buitenland geleden schade te vergoeden. Anders dan het geval is bij een daling van de waarde van aandelen die op een bankrekening of beleggingsrekening als tegoed worden aangehouden, had de benadeelde in die situatie echter zelf invloed op de daling van het tegoed op zijn bankrekening doordat hem de vrije keuze toekwam een betaling te doen vanaf die bankrekening.
Erfolgsortzou worden aangemerkt – vormt niet in alle gevallen een beletsel voor het toekennen van bevoegdheid aan de rechter van het
Erfolgsort. In HvJEU 25 oktober 2011, gevoegde zaken C-509/09 en C-161/10, ECLI:EU:C:2011:685 (eDate Advertising & Olivier Martinez), punt 51, over de aansprakelijkheid voor beweerde schendingen van persoonlijkheidsrechten door op internet geplaatste content, heeft het HvJEU onder meer bevoegdheid toegekend aan de gerechten van elke lidstaat op het grondgebied waarvan op internet geplaatste content toegankelijk is of is geweest, althans voor zover het gaat om het kennisnemen van vorderingen met betrekking tot schade die is veroorzaakt op het grondgebied van de lidstaat van het aangezochte gerecht. De vraag rijst of er aanleiding is voor een vergelijkbare bevoegdheidsregel voor vorderingen die strekken tot het verhalen van schade van aandeelhouders als gevolg van onjuiste, onvolledige of misleidende informatie die openbaar is gemaakt door internationale beursgenoteerde ondernemingen.
Erfolgsort. Doordat de collectieve actie strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen (zie hiervoor in 4.6.1 en 4.6.2), wordt geabstraheerd van de individuele omstandigheden van de gedupeerden van wie de belangen in de collectieve actie aan de orde zijn.
De bijzonderheden van de individuele aankoopconstructie(s) komen niet in de collectieve actie aan de orde. Het is de vraag of, en zo ja hoe, in een dergelijk geval bijkomende specifieke omstandigheden, indien vereist, moeten worden vastgesteld.
claim vehicle. Het HvJEU heeft geoordeeld dat de overdracht van schuldvorderingen door de oorspronkelijke schuldeiser geen invloed kan hebben op de bepaling van het bevoegde gerecht volgens (de voorloper van) art. 7, punt 2, Verordening Brussel I-bis en dat het schadebrengende feit derhalve voor iedere schadevordering afzonderlijk moet worden bepaald, ongeacht een eventuele overdracht of bundeling ervan (punten 35-36 en 56). Het is de vraag of dergelijke strenge regels ook gelden voor de lokalisatie van het
Erfolgsortin een collectieve actie op de voet van art. 3:305a BW, nu in een dergelijke procedure een cessie of bundeling van vorderingen niet aan de orde is, maar slechts sprake is van een collectief belang en die regels aan de effectiviteit van het instrument van art. 3:305a BW afbreuk zouden doen.
Erfolgsort.
De Hoge Raad zal hierover prejudiciële vragen aan het HvJEU voorleggen.
6.Vragen van uitleg
Erfolgsort)?
7.Uitlating partijen
8.Beslissing
14 juni 2019.