Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:903

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 2019
Publicatiedatum
11 juni 2019
Zaaknummer
17/06056
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRMArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieberoep tegen arrest hof Amsterdam inzake straatroven en TBS met dwangverpleging

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 november 2017, waarin hij werd veroordeeld voor een reeks straatroven, poging tot zware mishandeling, openlijke geweldpleging en wederspannigheid. Het beroep richt zich onder meer op bewijsklachten, de motivering van de oplegging van TBS met dwangverpleging en een verzoek om aanvullend onderzoek.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de opgelegde gevangenisstraf en vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, maar tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelt echter dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de rechtsvragen niet in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling zijn.

Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Omdat de opgelegde gevangenisstraf en de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging zich niet lenen voor vermindering, volstaat de Hoge Raad met de constatering van termijnoverschrijding.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof Amsterdam.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging ondanks overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/06056
Datum11 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 november 2017, nummer 23/001108-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering van de duur daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Aangezien de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27 Sr Pro en de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege zich naar haar aard niet voor vermindering leent, zal de Hoge Raad volstaan met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 juni 2019.