De erfgename van de heer A.Z. stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 augustus 2018. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen de aanslagen in de rioolheffing voor de jaren 2013 en 2014 opgelegd door de gemeente Nijmegen.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren op 7 juni 2019.