Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
20 maart 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 februari 2017, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot gekwalificeerde doodslag tijdens een gewapende woningoverval.
Het hof heeft het bijkomend oogmerk van de poging tot doodslag voldoende gemotiveerd door te stellen dat de overvallers rekening hielden met de aanwezigheid van gewapende beveiligers en zelf geladen vuurwapens bij zich hadden. Hierdoor kon niet anders worden geconcludeerd dan dat zij erop waren voorbereid dat tijdens of na de overval verzet zou worden geboden, waarbij teruggeschoten zou worden op personen die een bedreiging vormden.
De Hoge Raad oordeelt dat het beroep in cassatie niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd voor medeplegen van poging tot gekwalificeerde doodslag.