In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting voor 2015 betreffende een onroerende zaak te [a-straat 1] te [Z].
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 13 oktober 2017 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Wortel, Groenveld en Beukers-van Dooren.