ECLI:NL:HR:2012:BR7065
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- A.R. Leemreis
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over bestuurdersaansprakelijkheid omzetbelasting
Belanghebbende was bestuurder en enig aandeelhouder van een vennootschap die vanaf begin 2004 betalingsonmacht meldde. De vennootschap werd failliet verklaard in april 2006. Uit onderzoek bleek dat niet alle omzetbelasting over 2004 en 2005 was aangegeven en voldaan, waarna een naheffingsaanslag en boete werden opgelegd. De ontvanger stelde belanghebbende aansprakelijk.
De rechtbank en het hof verklaarden het beroep van belanghebbende gegrond, waarbij het hof oordeelde dat de eerdere melding van betalingsonmacht volstond en dat de ontvanger niet had bewezen dat het niet betalen het gevolg was van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De staatssecretaris stelde cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat bij naheffingsaanslagen die betrekking hebben op niet aangegeven bedragen de meldingsregeling van artikel 7, lid 2, UBIW 1990 exclusief geldt, waardoor de eerdere melding van betalingsonmacht geen rechtsgevolg heeft voor deze naheffingsaanslag. Het hof was uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, waardoor het arrest werd vernietigd en de zaak werd verwezen naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.