ECLI:NL:HR:2012:BN3467
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel Hof in inkomstenbelastingzaak over resultaat uit overige werkzaamheden
Belanghebbende werd voor het jaar 2001 aangeslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar de Rechtbank verklaarde het beroep tegen de uitspraak van de Inspecteur ongegrond. Het Hof bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde de middelen van belanghebbende en oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat de waarderingen van feitelijke aard niet in cassatie getoetst kunnen worden. De Hoge Raad vond de motivering van het Hof voldoende en begrijpelijk.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Hiermee blijft de kwalificatie van de waardestijging als resultaat uit overige werkzaamheden ongewijzigd, conform de eerdere uitspraken van Rechtbank en Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het oordeel van het Hof.