ECLI:NL:PHR:2012:BN3467
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over resultaat uit overige werkzaamheden bij projectontwikkeling door architect
Belanghebbende, een architect en directeur van een BV, was betrokken bij de ontwikkeling van kantoorpanden op aangekochte grond. Hij voerde diverse werkzaamheden uit, zoals het aanvragen van vergunningen, aannemersselectie en bouwmanagement, grotendeels op eigen naam en risico. De BV verrichtte slechts beperkte werkzaamheden, voornamelijk bouwtekeningen.
De Belastingdienst kwalificeerde de winst uit de verkoop van de panden als resultaat uit overige werkzaamheden, omdat de activiteiten van belanghebbende het normale vermogensbeheer te boven gingen. Zowel rechtbank als hof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigden de kwalificatie en de hoogte van het belastbare resultaat.
In cassatie stelde belanghebbende onder meer dat de werkzaamheden pas vanaf de huurovereenkomst in oktober 2000 waren aangevangen en dat de BV meer werkzaamheden had verricht. De Hoge Raad verwierp deze middelen, bevestigde dat de waardestijging vanaf het moment van aankoop van de grond in aanmerking moet worden genomen en dat de werkzaamheden reeds vanaf de aankoop begonnen.
De uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie over de fiscale behandeling van waardestijgingen bij projectontwikkeling en bevestigt dat winst uit dergelijke activiteiten in box 1 belastbaar is als resultaat uit overige werkzaamheden, mits de activiteiten het normale vermogensbeheer overstijgen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de winst uit de ontwikkeling en verkoop van de kantoorpanden belastbaar is als resultaat uit overige werkzaamheden vanaf de aankoop van de grond.