ECLI:NL:HR:2011:BT8766
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen herziening omzetbelasting bij gedeeltelijke vrijgestelde verhuur van één pand
Belanghebbende, een ondernemer, kocht in 2002 een kantoorpand en bracht de omzetbelasting over de levering in aftrek. Het pand werd in juni 2005 opgeleverd en gedeeltelijk in gebruik genomen voor belaste verhuur. In mei 2006 werd een deel van het pand verhuurd met vrijstelling van omzetbelasting.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat hij meende dat de omzetbelasting herzien moest worden voor het vrijgestelde gedeelte vanaf mei 2006. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en de naheffingsaanslag. Volgens het Hof was herziening op grond van artikel 15 lid 4 Wet Pro OB alleen aan de orde bij ingebruikneming van het goed, niet bij latere gedeeltelijke verhuur.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat het pand als één goed moet worden beschouwd en dat de herziening van de omzetbelasting niet plaatsvindt op grond van artikel 15 lid 4 Wet Pro OB bij gedeeltelijke vrijgestelde verhuur na ingebruikneming, maar op grond van artikel 13 van Pro de Uitvoeringsbeschikking. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd.