ECLI:NL:PHR:2013:BZ8601
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over btw-behandeling bij waardering van WOZ-objecten in kantoorgebouw
Belanghebbende is eigenaar en verhuurder van een nieuw kantoorgebouw dat is opgedeeld in 15 WOZ-objecten. Eén object was per 1 januari 2007 al twee jaar verhuurd, de overige 14 nog niet. Het geschil betreft de vraag of de WOZ-waarde van deze 14 objecten inclusief of exclusief omzetbelasting (btw) moet worden vastgesteld.
De Rechtbank oordeelde dat per WOZ-object moet worden beoordeeld of het langer dan twee jaar in gebruik is genomen, en stelde de waarde van de 14 objecten inclusief btw vast. Belanghebbende stelde dat de eerste ingebruikneming van één object het gehele gebouw in gebruik heeft genomen, waardoor de waarde van alle objecten exclusief btw zou moeten zijn.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de omzetbelastingwetgeving bepalend is voor de waardebepaling en dat de ingebruikneming per fysiek gescheiden WOZ-object moet worden beoordeeld. Ook stelde hij dat het uitlopen van de tweejaarstermijn geen bijzondere omstandigheid is die een herziene waardepeildatum rechtvaardigt.
De Hoge Raad volgt deze lijn en verklaart het beroep in cassatie gegrond. De zaak wordt verwezen naar een lagere rechter voor verdere beoordeling, met inachtneming van de unittheorie dat de ingebruikneming per afzonderlijk WOZ-object wordt vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen naar de Rechtbank voor verdere beoordeling met toepassing van de unittheorie.