ECLI:NL:HR:2008:BB5776
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over aftrek omzetbelasting bij gedeeltelijk leegstaand kantoorgebouw
Belanghebbende, een ondernemer, liet een kantoorpand bouwen dat in 2001 werd opgeleverd. De eerste drie etages werden vanaf november 2001 verhuurd met vrijstelling van omzetbelasting, terwijl de vierde etage deels vanaf juli 2002 werd verhuurd en deels leeg bleef staan tot na 2004.
De Inspecteur legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op over twee tijdvakken: oktober-december 2001 en juli-september 2002. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond voor het eerste tijdvak en gegrond voor het tweede, waarbij het aannam dat de vierde etage in 2001 was bestemd voor vrijgestelde verhuur, waardoor geen aftrekrecht bestond voor het leegstaande deel.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte aannam dat de vierde etage in het eerste tijdvak bestemd was voor vrijgestelde prestaties, omdat op dat moment de bestemming nog niet vaststond. Hierdoor was aftrek van omzetbelasting voor het leegstaande deel wel mogelijk. De naheffingsaanslag over het eerste tijdvak wordt verminderd en het geschil over het tweede tijdvak wordt verwezen naar het hof voor verdere behandeling.
De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en kosten, waarbij ook de Staatssecretaris en de Inspecteur worden veroordeeld in proceskosten. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.
Uitkomst: De naheffingsaanslag over het tijdvak oktober-december 2001 wordt verminderd en het geschil over juli-september 2002 wordt verwezen naar het hof.