ECLI:NL:HR:2011:BP1408
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid buitenlandse bestuurder voor faillissement wegens onbehoorlijk bestuur
In deze zaak stond de aansprakelijkheid van D Group Europe N.V., een Belgische naamloze vennootschap en bestuurder van Nederlandse vennootschappen, centraal. De curator vorderde vergoeding van tekorten uit faillissementen van Nederlandse vennootschappen, stellende dat D Group haar bestuurstaak kennelijk onbehoorlijk had vervuld, wat een belangrijke oorzaak was van de faillissementen.
De rechtbank oordeelde dat D Group aansprakelijk was wegens onbehoorlijk bestuur en wees het tegenbewijs van D Group af. Het hof vernietigde dit oordeel deels, maar stelde vast dat D Group wel aansprakelijk was voor het faillissement van [A] B.V. vanwege een ongunstige verkoop van een onroerend goed, waardoor een belangrijk actief verloren ging. Het hof verwierp het verweer dat de faillissementen vooral waren veroorzaakt door het opzeggen van krediet door ING Bank.
De Hoge Raad bevestigde dat de aansprakelijkheid van een buitenlandse bestuurder onder Nederlands recht kan vallen op grond van art. 2:11 BW Pro in samenhang met art. 2:248 BW Pro. Tevens werd geoordeeld dat het hof de bewijswaardering omtrent het oorzakelijk verband tussen onbehoorlijk bestuur en faillissement niet heeft miskend. Beide cassatieberoepen werden verworpen, waarmee de aansprakelijkheid van D Group werd bevestigd.
Uitkomst: D Group wordt aansprakelijk gehouden voor het tekort in het faillissement van [A] B.V. wegens onbehoorlijk bestuur.