ECLI:NL:GHAMS:2011:BP0312
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- A. Bijlsma
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens niet opgegeven afkoopsom kapitaalsverzekering
Belanghebbende ontving in 2003 een afkoopsom van €10.172,98 uit een in 1991 afgesloten kapitaalsverzekering met lijfrenteclausule, welke niet in haar aangifte inkomstenbelasting was opgenomen. De inspecteur legde daarop een navorderingsaanslag en een boete op wegens het niet aangeven van deze uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat zij te kwader trouw had gehandeld door de uitkering niet op te geven. Belanghebbende ging hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld om kwade trouw aan te tonen. De brief van de verzekeraar aan belanghebbende en de omstandigheid dat belanghebbende een andere lijfrentepolis had afgesloten, waren onvoldoende om bewustheid van het niet aangeven aan te nemen. De navorderingsaanslag werd daarom vernietigd.
Daarnaast wees het Hof het beroep op de saldomethode af wegens gebrek aan bewijs dat premies niet eerder waren afgetrokken. Ook de heffingsrente werd gehandhaafd. Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van kwade trouw.