ECLI:NL:HR:2010:BM9607
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Nihilstelling en wijziging kinder- en partneralimentatie bij onbenutte verdiencapaciteit
De zaak betreft een verzoek van de man tot nihilstelling of wijziging van de kinder- en partneralimentatie die hij aan de vrouw moet betalen. De rechtbank wees dit verzoek af, maar het hof stelde de partneralimentatie op nihil en verlaagde de kinderalimentatie per 1 januari 2008. De vrouw ging tegen deze beslissing in cassatie.
Het hof had geoordeeld dat de man een hoger inkomen had kunnen verwerven dan hij daadwerkelijk verdiende, en dat dit fictieve inkomen ook voor de reeds verstreken periode moest worden gehanteerd, met toepassing van de 90%-regel om te voorkomen dat het inkomen van de man onder de bijstandsnorm zou zakken. De Hoge Raad oordeelde dat het hof hiermee een onjuiste rechtsopvatting had gegeven omdat de inkomensvermindering voor de verleden periode wel voor herstel vatbaar was en daarom buiten beschouwing moest blijven.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom de verlaging van de alimentatie niet beperkt was tot de periode vanaf 1 januari 2008. Het oordeel dat de man met het redelijkerwijs te verwerven inkomen de oorspronkelijke alimentatie kon betalen, stond onbestreden en leidde tot bevestiging van de eerdere beschikking.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank waarbij het verzoek tot wijziging en nihilstelling van alimentatie is afgewezen.