ECLI:NL:HR:2010:BM1206
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging heffingsrente wegens onjuiste voorlichting bij voorlopige teruggaaf algemene heffingskorting
Belanghebbende heeft voor het jaar 2002 een verzoek ingediend om voorlopige teruggaaf van de algemene heffingskorting, waarbij zij aangaf geen inkomsten te hebben. De Belastingdienst verleende op basis van een papieren formulier een voorlopige teruggaaf van €1648. Later werd een definitieve aanslag opgelegd waarbij geen inkomstenbelasting verschuldigd was en de voorlopige teruggaaf grotendeels werd teruggevorderd. Tevens werd heffingsrente in rekening gebracht.
De Rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de heffingsrente betrof en vernietigde die beschikking. Het Hof verklaarde het incidentele hoger beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag, waarbij het ook oordeelde dat geen heffingsrente verschuldigd was. De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het papieren formulier onjuiste voorlichting bevatte die ertoe leidde dat belanghebbende ten onrechte de voorlopige teruggaaf ontving. De Belastingdienst is in beginsel niet gebonden aan algemene voorlichting, tenzij sprake is van schade door gerechtvaardigd vertrouwen, wat hier niet het geval was. Het zorgvuldigheidsbeginsel verzet zich tegen het in rekening brengen van heffingsrente omdat de onjuiste voorlichting aan de Belastingdienst te wijten is. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt het oordeel van de Rechtbank dat de heffingsrente niet in rekening mag worden gebracht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat heffingsrente niet in rekening mag worden gebracht wegens onjuiste voorlichting door de Belastingdienst.