Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond, en
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende kocht in 2011 een dieselpersonenauto uit 1986 en kreeg destijds een vrijstellingsbeschikking voor motorrijtuigenbelasting (MRB) vanwege de toen geldende regeling voor voertuigen van 25 jaar en ouder. Per 1 januari 2014 wijzigde de wet de vrijstelling naar voertuigen van 40 jaar en ouder, waardoor belanghebbende MRB moest gaan betalen. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de naheffingen en stelde dat de vrijstelling van 2011 niet was ingetrokken en dat de wetswijziging een inbreuk maakte op zijn eigendomsrecht.
De rechtbank oordeelde dat de mededeling van 2011 geen zelfstandige beschikking was en dat de vrijstelling van rechtswege geldt en vervalt bij wetswijziging. Ook werd geoordeeld dat de wetswijziging een legitiem algemeen belang dient en geen buitensporige last oplevert voor belanghebbende, ondanks een taxatierapport dat een waardedaling van het voertuig aantoonde.
Het hof bevestigt deze oordelen en wijst erop dat belastingheffing een aantasting van eigendom kan zijn, maar dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft. De wijziging is duidelijk, voorzienbaar en proportioneel en belanghebbende kon niet in redelijkheid vertrouwen op voortzetting van de oude vrijstelling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.