ECLI:NL:HR:2010:BL8871
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert heffingsrente wegens overschrijding termijn voorlopige aanslag
Belanghebbende diende op 29 maart 2004 haar aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor 2003 in. De Inspecteur legde op 16 februari 2005 een voorlopige aanslag op, inclusief heffingsrente over de periode van 1 januari 2004 tot 16 februari 2005. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de heffingsrente, maar dit werd door de Inspecteur gehandhaafd. Zowel de Rechtbank te 's-Gravenhage als het Hof bevestigden dit oordeel.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat het zorgvuldigheidsbeginsel vereist dat de Inspecteur binnen drie maanden na indiening van de aangifte een aanslag vaststelt. Bij overschrijding van deze termijn mag niet meer heffingsrente worden geheven dan wanneer de aanslag tijdig was opgelegd, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Het Hof had dit niet in acht genomen, waardoor de Hoge Raad de eerdere uitspraken vernietigde.
De Hoge Raad beperkte vervolgens de heffingsrente tot € 86 en veroordeelde de Staat tot vergoeding van de griffierechten en kosten van rechtsbijstand aan de zijde van belanghebbende. Hiermee werd het belang van het zorgvuldigheidsbeginsel in belastingaanslagprocedures bevestigd en werd de heffingsrente verminderd wegens de overschrijding van de termijn voor het opleggen van de voorlopige aanslag.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de heffingsrente tot € 86 wegens overschrijding van de termijn voor het opleggen van de voorlopige aanslag.