ECLI:NL:HR:2008:BC5012
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling incidentele vordering tot onvoorwaardelijke uitvoerbaarverklaring bij voorraad en zekerheidstelling
Newbay Enterprises Ltd. vorderde in een kort geding tegen de Staat der Nederlanden betaling van een voorschot wegens conservatoir derdenbeslag op een hotel in Engeland. De voorzieningenrechter veroordeelde de Staat tot betaling van £300.000 met uitvoerbaarverklaring bij voorraad onder de voorwaarde dat Newbay zekerheid zou stellen in de vorm van een bankgarantie van £330.000. De Staat kwam hiertegen in hoger beroep, waarbij het hof deze voorwaarde handhaafde en uitvoerbaar bij voorraad verklaarde.
Newbay stelde in cassatie een incidentele vordering in tot onvoorwaardelijke uitvoerbaarverklaring bij voorraad zonder zekerheidstelling. De Hoge Raad overwoog dat een partij die een dergelijke vordering instelt, nieuwe feiten en omstandigheden moet stellen die rechtvaardigen dat wordt afgeweken van de eerdere voorwaarde van zekerheidstelling. Newbay voldeed hier niet aan, omdat zij geen nieuwe feiten had aangevoerd die het restitutierisico zouden verminderen.
De Hoge Raad bevestigde dat de wet het mogelijk maakt om na aanwending van een rechtsmiddel de voorwaarde van zekerheidstelling te wijzigen of op te heffen, maar alleen indien nieuwe feiten dat rechtvaardigen. De vordering van Newbay werd daarom afgewezen, met veroordeling in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de incidentele vordering van Newbay af wegens onvoldoende stelplicht voor opheffing van de zekerheidstelling.