ECLI:NL:HR:2008:BC4844
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie bij samenwonen met ander als waren zij gehuwd
Partijen zijn op 21 juli 2001 getrouwd en zijn op 30 september 2003 gescheiden. De man verzocht de rechtbank om de partneralimentatie vanaf 30 september 2003 te beëindigen wegens samenwonen van de vrouw met een ander. De rechtbank wees dit verzoek af, maar het hof beëindigde de onderhoudsverplichting met ingang van 1 februari 2004, omdat de vrouw vanaf die datum samenleefde met een ander als waren zij gehuwd.
De vrouw werd tevens veroordeeld tot terugbetaling van alimentatie die zij na 1 februari 2004 had ontvangen, omdat zij de man niet had geïnformeerd over haar gewijzigde leefsituatie. De Hoge Raad oordeelde dat het begrip samenleven als waren zij gehuwd in art. 1:160 BW Pro correct was toegepast en dat de rechter geen vrijheid heeft om een andere datum dan het daadwerkelijke samenwoonmoment te kiezen voor het einde van de alimentatie.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de vrouw en bevestigde dat de terugvordering van alimentatie niet aan de motiveringseisen van eerdere jurisprudentie hoeft te voldoen in deze situatie. Hiermee is de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw definitief beëindigd per 1 februari 2004.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat partneralimentatie eindigt vanaf het moment van samenwonen met een ander als waren zij gehuwd, zonder rechterlijke vrijheid tot andere datum.