ECLI:NL:HR:2000:AA6317
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- A.E. de Moor
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting bij verkoop onroerend goed na verbouwing
Belanghebbende, een onderneming in handel en exploitatie van onroerende zaken, kocht in 1990 een pand met het voornemen dit als kantoor te gebruiken. In 1993 liet zij het pand verbouwen en uitbreiden, waarbij de betaalde omzetbelasting als voorbelasting werd afgetrokken. Later dat jaar verkocht belanghebbende het pand met vrijstelling van omzetbelasting.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op waarin de eerder afgetrokken omzetbelasting werd herzien. Het Hof bevestigde deze naheffingsaanslag, oordelend dat de verbouwingskosten niet als onderhoud of reparatie konden worden aangemerkt en dat de belasting verschuldigd werd op het moment van eerste gebruik, namelijk bij de vrijgestelde levering.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in, stellende dat de kosten voorbereidingshandelingen waren en dat de naheffing onterecht was. De Hoge Raad verwierp dit beroep, stellende dat de goederen en diensten niet als investeringsgoederen vielen en dat de belastingcorrectie terecht was omdat het pand niet voor belaste prestaties was gebruikt vóór de levering.
De Hoge Raad achtte geen reden voor proceskostenveroordeling en bevestigde het arrest van het Hof zonder verdere wijziging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting.