ECLI:NL:HR:2006:AV9438
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vergoeding exploitatieschade en waardebepaling bij onteigening
Deze zaak betreft een cassatieberoep van de Gemeente Bergschenhoek tegen een vonnis van de rechtbank Rotterdam over de schadeloosstelling bij onteigening van meerdere percelen. De kern van het geschil betreft de vergoeding van exploitatieschade, de waardebepaling van onteigende grond met bodemverontreiniging en de berekening van rente over gemiste schadeloosstellingen.
De Hoge Raad bevestigt dat een onteigende aanspraak kan maken op vergoeding van exploitatieschade indien aannemelijk is dat hij zonder onteigening de exploitatie zou hebben gerealiseerd en daar voordeel uit zou hebben getrokken. Dit geldt ook als de onteigeningsnoodzaak is ontstaan door het ontbreken van overeenstemming over exploitatiebijdragen. De Hoge Raad verwerpt de stelling dat alleen gewijzigde omstandigheden na het oordeel van de Kroon en de onteigeningsrechter tot vergoeding kunnen leiden.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat bij waardebepaling van onteigende grond met bodemverontreiniging die op de peildatum nog niet bekend was, de onteigeningsrechter moet nagaan hoe een redelijk handelende koper en verkoper deze verontreiniging in de prijs zouden hebben verdisconteerd. Ten slotte stelt de Hoge Raad dat bij gemiste schadeloosstelling over een langere periode samengestelde rente moet worden berekend, tenzij het gehanteerde rentepercentage gelijkwaardig is aan samengestelde rente.
Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling. De kosten van het cassatiegeding worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.